BliksemZeker ondersteunt de risicoanalyse volgens IEC 62305-2:2010. De module bepaalt de risicocomponenten R1 t/m R4, vergelijkt deze met de tolerabele risicowaarde RT en geeft aan of aanvullende bliksembeveiliging (LPS, SPD, maatregelen) nodig is. Standaardwaarden zijn gebaseerd op het referentievoorbeeld country house uit Annex E.
1. Doel en normkader
BliksemZeker voert een kwantitatieve risicoanalyse uit voor de effecten van blikseminslag in of nabij een structuur en via aangesloten lijnen. De berekening volgt de methodiek uit IEC 62305-2, met tabellen en factoren conform DEHNsupport / Annex A en het referentievoorbeeld Annex E.
Vier risicotypes worden onderscheiden:
| Risico | Benaming | Tolerabel risico RT |
|---|---|---|
| R1 | Verlies mensenlevens (letsel door elektrische schok, fysiek trauma, brand) | 10⁻⁵ |
| R2 | Verlies openbare dienstverlening | 10⁻³ |
| R3 | Verlies cultureel erfgoed | 10⁻⁴ |
| R4 | Economisch verlies (gebouw, inhoud, systemen) | 10⁻³ |
Is R ≤ RT voor alle geselecteerde risico's, dan is aanvullende bliksembeveiliging op basis van deze analyse niet vereist. Overschrijdt één risico RT, dan is maatregelencombinatie nodig (LPS, SPD, schokbescherming, interne bedrading).
2. Werkwijze in stappen
- Vul projectgegevens in (klant, project, datum).
- Voer gebouwafmetingen, locatie en Ng in — postcode vult Ng automatisch aan waar mogelijk.
- Stel verlies- en zoneparameters in (type gebouw, brandrisico, aanwezigheid).
- Geef de huidige of beoogde bliksembeveiliging op (LPS-klasse, SPD, interne bedrading).
- Selecteer welke risico's R1–R4 u wilt beoordelen; vul waar nodig €-waarden in.
- Beschrijf actieve aanvoerlijnen (energie- en telecomleiding).
- Klik op «Risicoanalyse berekenen» en beoordeel de uitkomst ten opzichte van RT.
- Pas maatregelen aan (LPS, SPD, routing lijn) en herbereken tot R ≤ RT of documenteer het resterende risico.
Gele velden ( Invoer) zijn handmatig in te vullen; witte velden worden berekend.
3. Projectgegevens
De bovenste balk bevat administratieve gegevens voor rapportage en opslag:
- Klant / Project — identificatie voor export en archief.
- Nr., Verd., Deel — optionele projectcodering.
- Datum — wordt standaard op vandaag gezet.
4. Gebouw & omgeving
Bliksemdichtheid Ng
Ng (flashes/km²/jaar) bepaalt de kans op blikseminslag. Voer een Nederlandse postcode in voor automatische Ng, of vul Ng handmatig in op basis van de bliksemkaart / KMLIS.
Afmetingen L × W × H
Lengte, breedte en hoogte bepalen het equivalente collectiegebied Ad en daarmee Nd (aantal gevaarlijke events per jaar). Controleer de berekende waarden Ad, Nd en Nm onderaan de sectie na elke berekening.
Locatiefactor Cd
Cd houdt rekening met de omgeving: omringd door hogere gebouwen (0,25), gelijke hoogte (0,5), geïsoleerd (1) of heuvel/heuvelrug (2).
Personen in zone
Aantal personen in de risicozone; samen met aanwezigheidsuren bepaalt dit de persoonsfactor voor R1.
5. Verlies & zone
Deze parameters bepalen verliesfactoren LA, LB, LC en daarmee R1 en R2:
- Type gebouw — verliesfactor Lf en Lo (o.a. publiek, ziekenhuis, explosie).
- Brand-/explosierisico rf — normaal, hoog of ATEX-zone; activeert extra R1-componenten bij explosie.
- Vloer / bodem rt — contactweerstand bij aardingsstoring.
- Speciaal gevaar hz — paniekdrempel of moeilijke evacuatie (vermenigvuldigingsfactor).
- Brandbescherming rp — handmatige of automatische blusmaatregelen.
- Aanwezigheid (uur/jaar) — max. 8760; bepaalt bezettingsgraad.
Optionele vinkjes
- Risico explosie — neemt RC, RM, RW, RZ mee in R1.
- Ziekenhuis / levensreddende systemen — idem voor medische installaties.
- Vee / dieren (R4) — extra LA-component voor R4.
- Intensive care — verhoogt Lo voor ziekenhuistype.
6. Bliksembeveiliging (LPS / SPD)
Waarschijnlijkheidsfactoren voor blikseminslag en overspanning:
- LPS-klasse — bepaalt PB (kans dat bliksem de structuur raakt ondanks LPS).
- Natuurlijke LPS — betonnen/metalen skelet of metaaldak als LPS klasse I.
- Schokbescherming PA — waarschuwing, isolatie, equipotentiaal of fysieke beperking.
- Gecoördineerde SPD (PC, PM) — bescherming interne systemen.
- SPD lijn-ingang PEB — bescherming aan lijningang.
- Interne bedrading KS3 — lusoppervlak / afscherming beïnvloedt PM.
- Impulssterkte UW — kV-waarde van te beschermen systemen (1–6 kV).
- Schokbescherming lijn PTU — maatregelen aan lijnzijde.
Verlaag R door LPS-klasse te verhogen, gecoördineerde SPD te kiezen en interne bedrading te verbeteren. Herbereken na elke wijziging.
7. Te beoordelen risico's R1–R4
Vink alle risico's aan die voor het project relevant zijn. Minimaal één risico blijft altijd actief.
| Selectie | Invoer in BliksemZeker |
|---|---|
| R1 | Geen €-velden. Gebruik Verlies & zone en personen/aanwezigheid. |
| R2 | Geen €-velden. Gebruik type gebouw, brandrisico, brandbescherming en aanvoerlijnen. |
| R3 | Culturele waarde cz (€) — waarde van cultureel erfgoed. |
| R4 | Waarde gebouw, inhoud en systemen (€) — economische schade. |
Onder de selectieknoppen verschijnt een paneel met uitleg (R1/R2) of €-velden (R3/R4). Klik op de link Verlies & zone om direct naar de juiste invoer te scrollen.
8. Aanvoerlijnen
Energie- en telecommunicatieleidingen dragen bij aan R via componenten NL, NI, RV, RU, RW en RZ. Per lijn geeft u aan:
- Lijn actief — uitvinken als geen lijn aanwezig is.
- Lengte LL — lengte van de lijn in meters.
- Routing CI — bovengronds, ondergronds of ondergronds in mesh.
- Type CT (alleen energie) — LV of HV met transformator.
- Omgeving CE — landelijk t/m stedelijk hoogbouw.
- Afscherming — ongeschermd of geschermd met weerstand RS per km.
- Scherm geaard op PEN — verlaagt risico bij geaarde afscherming (CLD = 0).
9. Resultaten interpreteren
Na «Risicoanalyse berekenen» verschijnen:
- Besluitregel — groen: alle actieve risico's ≤ RT; rood: bliksembeveiliging vereist.
- Risicokaarten — per actief risico de berekende R, RT en status acceptabel / boven RT.
- R1-compositietabel — bijdrage van RA, RB, RU, RV (en bij explosie/ziekenhuis ook RC, RM, RW, RZ).
Typische vervolgstappen bij overschrijding RT
- LPS klasse I of II toepassen (verlaagt PB).
- SPDs op lijningang en gecoördineerde SPD intern (verlaagt PEB, PSP D).
- Lijn ondergronds of in mesh leggen; afscherming verbeteren.
- Interne bedrading: kleine lussen, afscherming, equipotentiale verbindingen.
Referentie: Annex E country house — R1 ≈ 2,5×10⁻⁵ zonder LPS (boven RT); met LPS I + SPD II wordt R1 acceptabel. Gebruik dit voorbeeld om invoer te valideren.
10. Opslaan, printen en exporteren
- Opslaan — slaat invoer en resultaat op als JSON (via OneDrive-map indien geconfigureerd).
- Exporteren — zelfde als opslaan; bestandsnaam bevat project, klant en datum.
- Printen — printvriendelijke weergave zonder navigatieknoppen.
- OneDrive-map — kies een vaste opslagmap voor projectbestanden.
11. Praktische tips
- Start met Annex E-defaults en pas één parameter tegelijk aan om het effect te zien.
- Controleer Ng na postcode-invoer; bij onbekende postcode handmatig Ng invullen.
- Beoordeel alleen risico's die contractueel of normatief van toepassing zijn.
- Documenteer aannames (afmetingen, lijnlengte, waarden) in het projectdossier.
- Vergelijk kritische projecten ook met DEHNsupport Toolbox als second opinion.
Disclaimer. BliksemZeker is een rekenhulpmiddel op basis van IEC 62305-2:2010. Het vervangt geen volledige normtoepassing, risicobeoordeling door een bevoegd persoon of vergunning/planning. Ng-waarden zijn indicatief (KMLIS / nationale kaarten). van Buuren Elektrotechnisch Advies aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen uitsluitend op basis van deze tool.